# #
Homepage > Thema's > NBMV > Mensenhandel

Mensenhandel

Indien een minderjarige vreemdeling zich in één van de volgende situaties bevindt:

  • Zijn situatie in België stemt niet overeen met wat hem werd voorspeld;
  • Hij is in België door een persoon die hem leugens vertelde;
  • Hij wordt mishandeld, misbruikt, bedreigd, verplicht om dingen te doen die hij niet wil doen;
  • Zijn documenten werden hem afgenomen en hij krijgt ze maar niet terug; 
  • Hij ontvangt de toegezegde wedde niet; 
  • Hij is vaak opgesloten, geïsoleerd van de buitenwereld;

Dan is de minderjarige waarschijnlijk een slachtoffer van mensenhandel.

Definitie van mensenhandel

Mensenhandel is een strafbaar feit en wordt in het Strafrechtboek (art. 443 quinquies) gedefinieerd als:

"de werving, het vervoer, de overbrenging, de huisvesting, de opvang van een persoon, de wisseling of de overdracht van de controle over hem, met het oog op, onder meer:
•    seksuele uitbuiting of kinderpornografie, 
•    uitbuiting van bedelarij, 
•    aan het werk zetten in omstandigheden strijdig met de menselijke waardigheden, 
•    uitbuiting in het kader van orgaanhandel, 
•    het doen plegen van misdrijven"

In dergelijke gevallen krijgt hij/zij de bescherming van de Belgische overheid en wordt hem/haar een verblijfsdocument afgeleverd onder strikte voorwaarden: 

  1. De vreemdeling is niet in het bezit van een verblijfsvergunning; 
  2. De vreemdeling heeft geen contact meer met de daders van het misdrijf of is uit het netwerk gestapt; 
  3. De vreemdeling wordt begeleid door een gespecialiseerd en erkend opvanghuis voor slachtoffers van mensenhandel,
  4. De vreemdeling is bereid om met de bevoegde instanties samen te werken, dat wil zeggen om een verklaring af te leggen of een klacht neer te leggen. 

Er zijn in België drie gespecialiseerde en erkende opvanghuizen voor slachtoffers van mensenhandel: Pag-Asa in Brussel (www.pag-asa.be), Payoke in Antwerpen (www.payoke.be) et Sürya in Luik (www.asblsurya.be). Deze drie verenigingen hebben als taak de slachtoffers begeleiden bij en tot afloop van de procedure. Het zijn zij die het verzoek tot verblijfsvergunning indienen bij het Bureau Mensenhandel van de Dienst vreemdelingenzaken.

De procedure

De procedure verloopt in 3 fases. 

Eerste fase

Wanneer de politie- of inspectiediensten een grond van vermoeden hebben dat een minderjarige vreemdeling een slachtoffer is, wordt hij/zij als zodanig geïdentificeerd en wordt de Dienst Vreemdelingenzaken hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht. De minderjarige vreemdeling krijgt als informatie dat hij/zij een verblijfsvergunning kan verkrijgen indien hij/zij samenwerkt met de bevoegde instanties gelast met het onderzoek. Indien de minderjarige vreemdeling de opvang en begeleiding door een gespecialiseerd en erkend opvanghuis voor slachtoffers aanvaardt, ontvangt de jongere een bewijs van inschrijving geldig drie maanden. Dit bewijs is telkens met drie maanden verlengbaar indien dit nodig is voor het verdere verloop van het onderzoek of indien de Dienst Vreemdelingenzaken het nodig acht, rekening houdend met de elementen van het dossier.

Tijdens de geldigheidsduur van het verblijfsdocument kan de NBMV, in overleg met zijn voogd, beslissen of hij/zij al dan niet een klacht zal neerleggen of verklaringen afleggen tegen zijn uitbuiters. 

Tweede fase

Wanneer de procureur des Konings of de arbeidsauditeur een positief advies geeft op de cumulatieve voorwaarden en dat de minderjarige de openbare orde of de nationale veiligheid niet in het gevaar zou kunnen brengen, staat het Bureau Minderjarigen/Mensehandel van de Dinest vreemdelingenzaken een verblijf met een beperkte duur van zes maanden toe, in de vorm van een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (BIVR). Dit verblijfsdocument wordt vernieuwd zolang aan de voornoemde voorwaarden is voldaan en tot op het moment dat de rechtbank uitspraak doet.

Derde fase

De wet bepaalt dat de Dienst Vreemdelingenzaken een machtiging tot verblijf van onbepaalde duur “kan” verlenen aan het slachtoffer van mensenhandel indien zijn verklaring of klacht tot een veroordeling geleid heeft of indien de procureur des Konings of de arbeidsauditeur in zijn vorderingen de tenlastelegging van mensenhandel, onder de bezwarende omstandigheden die in artikel 77quater voorzien worden, weerhouden heeft.