# #
Homepage > Thema's > Detentie en alternatieven > Detention van gezinnen

Detention van gezinnen

Administratieve detentie van gezinnen met minderjarige kinderen

De wet i.v.m. administratieve detentie van gezinnen met kinderen. De wet voorziet nog steeds de mogelijkheid om gezinnen met kinderen vast te houden. De wet van 16 november 2011 “inzake het verbod op het opsluiten van kinderen in gesloten centra” voegt namelijk het artikel 74/9 toe aan de wet van 1980 dat zegt dat:

Ҥ 1. Een gezin met minderjarige kinderen [zonder wettig verblijf], wordt in beginsel niet geplaatst in [een gesloten centrum], tenzij aangepast aan de noden voor gezinnen met minderjarige kinderen.

§ 2. Het gezin met minderjarige kinderen dat [irregulier] tracht het Rijk binnen te komen [...], kan, met het oog op het overgaan tot de verwijdering, voor een zo kort mogelijke periode, worden vastgehouden in een welbepaalde plaats aangepast aan de noden voor gezinnen met minderjarige kinderen, gelegen in het grensgebied [een gesloten centrum].

§ 3. Het gezin bedoeld in § 1 krijgt de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden in een eigen woning te verblijven[...]. Indien het gezin in de onmogelijkheid verkeert om in een eigen woning te verblijven, dan zal het onder dezelfde voorwaarden een verblijfplaats toegewezen worden in een [terugkeerwoning], aangepast aan de noden voor gezinnen met minderjarige kinderen.”

Beroep tegen de wet van 16 november 2011 en het arrest van het Grondwettelijk Hof. Vijf NGO's (Coordination des Organisations non gouvernementales pour les droits de l’enfant, Défense des Enfants - International, Jesuit Refugee Service Belgium, La Ligue des Droits de l'Homme en UNICEF Belgium, bijgetreden door de Liga voor Mensenrechten), dienden beroep in tegen de wet van 16 november 2011, maar kregen ongelijk van het Grondwettelijk Hof. In het arrest n°166/2013 besliste het Hof namelijk dat het artikel in overeenstemming is met het Internationaal Verdrag betreffende de burgerlijke en politieke rechten, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), het Verdrag betreffende de rechten van het kind en de Belgische Grondwet.

Het Hof onderlijnde desalniettemin dat een kind niet kan worden vastgehouden in een plaats voor volwassenen onder dezelfde omstandigheden als volwassenen en dat de vasthouding zo kort mogelijk moet zijn.

Hoe lang kunnen mensen vastgehouden worden volgens de wet? Volgens de wet van 1980 kunnen mensen vastgehouden worden voor de periode die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de verwijderingsmaatregel, beperkt tot 2 maanden. De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) kan de vasthouding echter telkens met 2 maand verlengen indien: 

  • de nodige stappen met het oog op de verwijdering genomen werden binnen 7 werkdagen na de vasthouding;
  • de nodige stappen met het oog op de verwijdering voortgezet worden met de vereiste zorgvuldigheid; of
  • de effectieve verwijdering binnen een redelijke termijn nog steeds mogelijk is. 

De eerste verlenging mag bevolen worden door de DVZ, maar vanaf de tweede verlenging kan de beslissing alleen door de bevoegde minister genomen worden. De minister dient in dat geval bij de raadkamer een verzoekschrift in om over de wettigheid van de verlenging een uitspraak te bekomen. Als de verlenging onwettig wordt bevonden, moet het gezin in vrijheid worden gesteld. De vrijheidsberoving mag maximum 5 maanden duren. 

Wanneer het gaat om een vasthouding van een zogenaamd 'Dublin-gezin', mag dit slechts voor de duur die strikt noodzakelijk is voor het onderzoek in het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. De duur mag in principe niet langer zijn dan één maand. Wanneer het een complex dossier betreft, mag DVZ de aanhouding met één maand verlengen.

De praktijk: geen detentie van gezinnen voor langere periodes in een gesloten centrum. Sinds 2008 houdt België niet langer gezinnen met minderjarige kinderen vast voor langere periodes in een gesloten centrum.

De overheid heeft echter plannen om op het domein van het Repatriëringscentrum (gesloten centrum) 127bis te Steenokkerzeel gezinsunits te bouwen. Tot nog toe werd de bouw van de gesloten woonunits uitgesteld, maar de bouw staat in het huidige federale regeerakkoord. Aangezien het Platform Kinderen op de vlucht van mening is dat detentie nooit in het belang is van het kind, vraagt het aan de regering om de plannen om gesloten gezinsunits te bouwen te staken.

Korte detentie van gezinnen met minderjarige kinderen bij aankomst of voor vertrek. België houdt soms gezinnen met minderjarige kinderen vast bij aankomst in België of vlak voordat ze het land (moeten) verlaten:

Bij aankomst in België. Als gezinnen niet aan de voorwaarden voldoen om België te kunnen betreden[4], kunnen ze worden vastgehouden nog voor ze de grens oversteken (voor max. 48 uur). In afwachting van hun terugdrijving, worden zij vastgehouden in de INAD-centra – gelegen in het grensgebied. Gezinnen die ’s nachts of in het weekend aan de nationale luchthaven van Brussel toekomen, worden naar het gesloten transitcentrum Caricole overgeplaatst. Indien een gezin beroep aantekent tegen het bevel tot terugdrijving en/of het bevel tot vasthouding, wordt het overgebracht naar een terugkeerwoning.

Voor het vertrek. Vlak voor het vertrek naar het land van herkomst of het zogenaamde ‘Dublinland’[5] houdt DVZ ook gezinnen met minderjarige kinderen kortstondig vast (maximaal 48u) in het gesloten transitcentrum Caricole. Deze praktijk heeft geen wettelijke basis, noch op internationaal, noch op nationaal niveau.

 


[4] Bij voorbeeld omdat ze geen visum, andere verblijfsdocumenten of voldoende middelen hebben of wanneer hun reismotief onduidelijk is.

[5] De Dublin-verordeningen bepalen welke Europese lidstaat competent is om een asielaanvraag te behandelen. Dat land noemt men een ‘Dublinland’ en de transfer vanuit een andere lidstaat naar dat land, een ‘Dublintransfer’.