# #

Verslag van onze studievoormiddag : Onderwijs voor minderjarige vluchtelingen en verzoekers om internationale bescherming - Pistes om met uitdagingen om te gaan

13.12.2021 by Melanie

Op 18 november 2021 organiseerden UNHCR, Vluchtelingenwerk Vlaanderen, de Fondation Joseph Denamur en het Platform Kinderen op de vlucht een studievoormiddag met als titel: "Onderwijs voor minderjarige vluchtelingen en verzoekers om internationale bescherming - Pistes om met uitdagingen om te gaan"

Wij nodigen u uit om deze ochtend opnieuw te beleven door hieronder een kort verslag van alle presentaties en workshops te lezen, of door de opnames van de ochtend te (her-)bekijken. Als u hieronder klikt op "bekijken op YouTube" dan krijgt u toegang tot een afspeellijst met opnames van de plenaire sessies en de 7 workshops.

Plenaire sessie

  • Eerste keynote door Laura Emery (Vrije Universiteit Brussel) : "De oriëntatie van anderstalige nieuwkomers binnen het Vlaams secundair onderwijs"

Laura Emery doet onderzoek naar de integratie van anderstalige nieuwkomers in het Vlaams secundair onderwijs. Ze past etnografische methoden toe om een diepgaand inzicht te krijgen in het oriëntatieproces van deze specifieke groep leerlingen. Ze analyseert de organisatie van onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) en de transitie naar het regulier onderwijs. Ze legt daarbij kenmerken van het onderwijssysteem bloot die de inclusie van anderstalige nieuwkomers bemoeilijkt. Laure Emery besloot haar keynote met drie beleidsaanbevelingen om het onderwijstraject van anderstalige nieuwkomers te verbeteren.

  1. Er moet een bredere beoordeling van deze leerlingen in het onderwijs plaatsvinden door middel van verschillende beoordelingsmethoden die verder gaan dan de taalverwerving in de gastsamenleving.
  2. Er moet meer "kruisbestuiving" komen tussen OKAN/DASPA en het reguliere onderwijs, door middel van gezamenlijke lessen en activiteiten waardoor leerkrachten expertise kunnen uitwisselen en de leerlingen een rijkere leeromgeving kan worden geboden.
  3. Tenslotte moeten deze leerlingen, wanneer zij de overstap maken naar het reguliere onderwijs, meer tijd en ruimte krijgen om zich de taal van de gastsamenleving eigen te maken. Laura Emery stelt het volgende voor: (i) het aanpassen van het leerplan, (ii) het onderwijzen van een vak met de nadruk op de taal, op specifieke woordenschat, (iii) het creëren van een ondersteunende en doeltreffende leeromgeving, (iv) een soepele en uitgebreide evaluatie, (v) het erkennen en waarderen van de kennis en vaardigheden die de leerling al bezit, en ten slotte (vi) leerkrachten in het reguliere onderwijs die werken met leerlingen die een OKAN/DASPA-programma hebben gevolgd onderteunen en stimuleren door hun extra middelen en hulpbronnen ter beschikking te stellen.

Bekijk hier Laura Emery's presentatie.

  • Keynote door Cathérine De Geynst (CRéSaM)

Catherine De Geynst is klinisch psychologe, systemisch psychotherapeute, psycho-traumatologe en projectverantwoordelijke bij CréSam.

Zij benadrukte in haar keynote dat iedereen die getraumatiseerde kinderen of jongeren ontmoet, een belangrijke rol kan spelen bij de ondersteuning van het welzijn van de persoon in kwestie. Het centrale punt is dat deze kinderen en jongeren een gevoel van verankering hebben, het gevoel dat zij ergens bijhoren en dat zij een band hebben met de mensen die zij op hun weg ontmoeten. Daarom spitst het project van mevrouw De Geynst zich toe op de sensibilisering van de eerstelijnswerkers (scholen, opvangcentra, ...) over trauma's en de relationele uitingen ervan in het dagelijkse leven.

Mevrouw De Geynst ging ook in op andere elementen die van invloed zijn op het vermogen van kinderen en jongeren op de vlucht om contact te leggen met andere mensen en op hun kijk op de wereld. In de eerste plaats is er hun vluchttraject, de aankomst in het gastland en het gebrek aan sociaal netwerk en taalvaardigheden, die een diepgaande invloed hebben op deze kinderen en jongeren. Ten tweede dragen zij vaak een verantwoordelijkheid voor het "achtergelaten gezin" (gezinshereniging regelen, geld opsturen, ...). Dit gaat vaak gepaard met een schuldgevoel tegenover de familie. Dit alles maakt het voor de jongere moeilijk om zich te vestigen en te integreren in de samenleving van het gastland en schept een voedingsbodem voor PTSD. De Geynst benadrukte dat het ook belangrijk is te begrijpen dat zowel de psyche als het lichaam traumata herbeleven. Dit fysiologische aspect van trauma maakt het voor jongeren moeilijker om hun emoties op een gecontroleerde en vrije manier te uiten, en geeft aanleiding tot een zelfverdedigingsmechanisme dat bestaat uit emoties van verdriet, agressie, woede en kwetsbaarheid.

Tot slot benadrukte zij hoe belangrijk het is vertrouwen met deze jongeren op te bouwen om een veilige omgeving te creëren. Als gevolg daarvan hebben jongeren die zich veilig voelen meer kracht, energie en vertrouwen om in hun nieuwe leven en hun gastland te investeren. Het is dan ook van cruciaal belang aandacht te besteden aan de banden tussen deze kinderen en jongeren en de verschillende personen en professionals in de netwerken waarin zij zich bevinden (scholen, opvangcentra, jeugdbeweging, ...).

Ter informatie: in 2022 organiseert CRéSaM een multidisciplinaire opleidingscyclus (in het Frans) over het onderwijs aan minderjarige nieuwkomers.

  • Getuigenissen van voormalige OKAN- en DASPA-leerlingen

Na de twee inleidende uiteenzettingen namen enkele leerlingen die een OKAN- of DASPA-klas bezocht hebben het woord om hun ervaringen te delen.

Ahmad en Amir, twee jongeren die deelnemen aan het "Ananas"-project van Vluchtelingenwerk Vlaanderen, vertelden ons over de moeilijkheden die zij ondervonden bij de overgang naar het reguliere onderwijs. Beiden ervoeren op momenten een gebrek aan steun, aangepast aan hun situatie als nieuwkomer. Volgens hen zijn de school en de leraren cruciale factoren die jongeren zoals hen op hun weg kunnen ondersteunen. Een ander punt van aandacht dat de jongens aan de orde stelden, was het feit dat zij als nieuwkomers te maken kregen met verschillende nieuwe talen die zij zo snel mogelijk onder de knie moesten krijgen. Zij vertelden ons beiden dat zij hun concentratie waren verloren en dat zij dachten dat zij beter een aangepaste cursus zouden volgen. Zij beschouwden de overgang van OKAN naar een gewone school als een zeer grote stap, die het best in meerdere kleine stapjes kan worden gezet. 

Christelle en Aminullah spraken over hun ervaringen met het onderwijs in een DASPA-klas. Beiden vertelden hoe zij werden geholpen door vrijwilligers en organisaties die nieuwkomers steun verlenen. Aminullah benadrukte bijvoorbeeld de belangrijke rol die de organisatie Live in Color in zijn traject had gespeeld. Maar net als hun collega's die in Vlaanderen onderwijs genoten, ervoeren ook zij de overgang van de onthaalklas naar het reguliere onderwijs als zeer moeilijk. Christelle getuigde dat zij veel plezier had beleefd aan de lessen in de DASPA-klas. Niet alleen had zij geen grote problemen met het leren van het Frans, maar zij bouwde er ook een sterke vriendengroep uit. Maar na de DASPA-klas werd het moeilijker voor haar. Volgens haar slaagden de leraren er niet in de nodige aandacht te besteden aan de nieuwkomersleerlingen en zich aan te passen aan hun niveau van het Frans. Aminullah en Christelle geven toe dat zij op een bepaald moment hun schoolcarrière wilden opgeven. In het geval van Christelle was het de directrice van haar school die haar motiveerde om niet op te geven en bijkomende hulp te zoeken bij een logopedist. 

  • Panelgesprek

Aan het eind van de plenaire sessie werd het woord gegeven aan twee voogden van NBMV, een ouder en een leerkracht om vanuit hun eigen perspectieven op de getuigenissen van de jongeren te reageren.

Frédérique Krings is vrijwillige voogd van niet-begeleide minderjarigen (NBMV). Zij begeleidt Christelle en Aminullah, de twee jongeren die over hun ervaringen in het Franstalig onderwijs hebben gesproken. Mevrouw Krings belichtte hun bijzondere achtergronden, die worden gekenmerkt door veerkracht en moed. Volgens haar bestaat de rol van de voogden erin om de jongeren die zij begeleiden de beschikbare hulpmiddelen aan te reiken. Het is voor deze jongeren vaak niet gemakkelijk om hulp te zoeken en te accepteren. Voogden moeten hier constant op inzetten. Het is duidelijk dat er verschillende profielen van jongeren zijn die verschillend reageren op de moeilijke situatie waarin zij zich bevinden.

Michael Dierckx is voogd NBMV bij het Rode Kruis Vlaanderen. Hij deelde de interpretatie van de rol van de voogd zoals die door zijn collega, mevrouw Krings, werd voorgesteld. Voor hem staat vooral ook het zoeken naar een duurzame oplossing voor de jongere centraal. Dit vereist een overzicht van de verschillende gebieden waarop de jongere in kwestie zich bevindt. Meer in het bijzonder noemde hij school en onderwijs als moeilijke gebieden voor de voogd om te beheren. Voor hem is het een kwestie van proactief prioriteiten stellen voor meerdere jongeren tegelijk (een voogd van Rode Kruis Vlaanderen begeleidt 15 tot 20 jongeren). De vele contactmomenten met de scholen vereisen van de voogd een continuïteit in termen van begrip, empathie, tijd en aanwezigheid.  

Djenk Ejup is taaldocent, geeft momenteel NT2 aan volwassenen en heeft zelf een achtergrond als vluchteling. Hij herkende de ervaringen van de andere panelleden. Hij vond dat wij ons meer moeten richten op uitbreiding van het onderwijs in OKAN en DASPA, dat, zoals de studenten ook aangaven, een veilige leeromgeving is. De aandacht voor de overgang naar het reguliere onderwijs stelt hoge eisen aan de leerkrachten enerzijds en aan de leerlingen anderzijds. Jongeren voelen zich soms verloren in het onderwijssysteem, een situatie die enorm veel veerkracht en doorzettingsvermogen vergt. De heer Ejup sloot af met de opmerking dat we niet mogen verwachten dat nieuwkomers kunnen deelnemen aan een systeem waarin te weinig aandacht wordt besteed aan hun behoeften. Als we dat doen, beschouwen we het in feite als een soort "survival of the fittest". 

Ansam Rasmi Sabih sprak vanuit het perspectief van moeder. Zij stelde vast dat ouders van nieuwkomersleerlingen over het algemeen weinig informatie krijgen over het onderwijsstelsel in België. Zij krijgen de informatie vooral via hun kinderen. Ouders zouden meer betrokken moeten worden bij het school-/onderwijssysteem, zodat zij op de hoogte zijn van de mogelijkheden voor de ontwikkeling van hun kinderen. Idealiter zouden leerkrachten ook een opleiding moeten krijgen over hoe om te gaan met kinderen op de vlucht of andere kinderen met een migratieachtergrond. De integratie van deze kinderen en jongeren in een school- en klascontext is uiterst belangrijk. Het doel van het onderwijs mag niet beperkt blijven tot het behalen van een diploma, maar moet er ook op gericht zijn dat kinderen en jongeren zich gelukkig voelen in de gastsamenleving.  

Workshops

1. Voorstelling van het project RefugeesWellSchool

Het project RefugeesWellSchool onderzoekt de effectiviteit van verschillende school-gebaseerde psychosociale interventies op het welbevinden en de sociale inbedding van jongeren met een vlucht- of migratieverhaal. In het eerste deel van deze workshop besprak Caroline Spaas de resultaten rond het welbevinden van de kinderen en jongeren in het basis- en secundair onderwijs. Er werd ook gekeken naar de relatie tussen het welbevinden van jongeren en ervaringen van gezinsseparatie, dagelijkse stress en discriminatie in de gastsamenleving. In een tweede deel, geworteld in grootschalig kwalitatief onderzoek, presenteerde Caroline de perspectieven van jongeren in het onthaalonderwijs op de rol van school in welbevinden en het vormgeven van belonging in de gastsamenleving.

Bekijk hier de presentatie van Caroline.

2. Alternatieve projecten binnen of buiten het reguliere onderwijs

  • Tchaï is een educatieve en psychosociale structuur voor jongeren op de vlucht en jongeren uit Roma-gemeenschappen die weinig of geen onderwijs hebben genoten. Tchaï biedt tijd en ruimte voor adempauzes, voor experimenten en multidisciplinaire ontdekkingen.
  • La Petite Ecole is een pedagogische en therapeutische voorschoolse voorziening voor kinderen op de vlucht die nooit of bijna nooit naar school zijn geweest.
  • Agentschap Integratie en Inburgering - Bon Brussel (Inge Decooman, bekijk haar presentatie hier)
    • Urban Training Brussels is een netwerk van instellingen die werken met jongeren zonder diploma en centra of organisaties in Brussel die aan die jongeren buitengewone opleidingen bieden. Samen willen ze het sterk groeiend aantal schoolverlaters terug aan boord halen en hen opleidingskansen bieden opdat zij niet – zonder enig diploma – hun kansen op de jobmarkt verliezen.
    • Masir Avenir” betekent “De weg naar de toekomst”, vertaald vanuit het Dari en het Frans. Dat is ook exact waar het project voor staat. Tijdens een zomercursus leren niet-Europese jongeren die recent naar Brussel kwamen de stad en België beter kennen via workshops en krijgen ze oefenkansen Nederlands. Daarnaast worden de jongeren gedurende 18 maanden gevolgd door een trajectbegeleider.

3. Samenwerking tussen opvangcentra en scholen
Moderatie door Katja Fournier, onderzoekster aan het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van de Odisee co-hogeschool.

Panel:
• Fedasil Arendonk (Pieter Schoeters)
• Fedasil Florennes (Marc Petitfrère)
• Centre MeNA El Paso te Gembloux (Caroline Marmann)
• ITCF Henri Maus te Namen (Anne Mossiat)

Opvangcentra en scholen zijn twee centrale levensdomeinen voor kinderen die internationale bescherming zoeken.

Wat de gemeenschappelijke uitdagingen betreft, hebben de medewerkers van de centra en de scholen bepaalde elementen geïdentificeerd waarop zij geen vat hebben: schommelingen in het aantal nieuwkomersleerlingen dat aankomt (wat een invloed heeft op de opening van de OKAN- en DASPA-klassen, de ondersteuning in de opvangcentra, enz.), een groot personeelsverloop in de teams van de scholen en opvangcentra, het onderwijs dat de leerlingen al dan niet in hun land van herkomst hebben genoten, enz.

De verschillende sprekers benadrukten dat het belangrijk is de realiteit en de context van eenieder te kennen en open te staan voor wederzijdse kennismaking en ontmoeting. Het feit dat er binnen de opvangcentra en de scholen referentiepersonen zijn, werd besproken als iets dat zeer nuttig en zelfs essentieel is om een goede communicatiestroom tussen de opvangcentra en de scholen te garanderen.

Communicatie en beschikbaarheid ten aanzien van jongeren, empathie, de wens hun realiteit te kennen en zich aan hun behoeften aan te passen, werden door alle betrokkenen als goede praktijken beschouwd.

Wat ten slotte de betrokkenheid van de ouders van de begeleide kinderen betreft, werden alle sprekers geconfronteerd met verschillende moeilijkheden die onder meer verband hielden met taalbarrières, gebrekkige kennis van het Belgische onderwijssysteem, enz. De sprekers benadrukten het belang van betrokkenheid van de ouders bij de schoolopleiding van hun kinderen en er werden verschillende goede praktijken besproken, zoals de organisatie van gezamenlijke bezoeken aan scholen.

4. Het valoriseren van meertaligheid in het onderwijs

  • Karijn Helsloot is de directeur van stichting Taal naar Keuze in Amsterdam. Vanuit haar expertise als taalkundige en taalbeleidsexpert op het gebied van meertaligheid besprak zij een aantal aspecten van taalonderwijs aan jonge nieuwkomers in Nederland. Het adviesrapport Ruimte voor nieuwe talenten voor het primair onderwijs kwam aan bod, alsook het materiaal Alle Talen voor nieuwkomers en reguliere leerlingen in het secundair onderwijs. Het gehele talenrepertoire van nieuwkomers positief inzetten bij het leren en het spelen is van wezenlijk belang voor het welbevinden en voor een soepele aansluiting op het onderwijs in het gastland.

Bekijk hier de presentatie van Karijn Helsloot.

  • Veronique De Clerq is onderwijsmedewerkster bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen stelde het competentieversterkend project Tolkies en Taalhulpen voor. Daarnaast bekeek ze ook het belang van tolken met de deelnemers. Vanuit haar ervaring als thuistaal leerkracht in Zweden belichtte Veronique eveneens hoe onderwijs verloopt voor de anderstalige nieuwkomers in het Zweedse onderwijs. Welke plaats krijgt de thuistaal daar?

Bekijk hier de presentatie van Veronique De Clercq.

5. Buddywerkingen als ondersteuningsmethodiek voor nieuwkomers in het onderwijs

  • Gaëlle Mortier, doctoraatsonderzoekster naar de sociale netwerken van nieuwkomers aan het Hannah Arendt Instituut, schetste een inleidend kader over buddywerkingen.
  • Nadine Lino, directrice van Live in Color, een burgerinitiatief opgericht in 2015, met als missie om onder meer de integratie en het onderwijs van kinderen en jongeren op de vlucht te bevorderen. Live in Color heeft een specifieke buddywerking voor jonge vluchtelingen.
  • Marie Poncin et Julie Dock, DASPA-leerkrachten aan de Campus Saint-Jean Molenbeek, lichtten het in 2019 opgerichte buddyproject “MP” (voor Meter/Peter) toe. Het doel was om het onthaal en de integratie van nieuwkomersleerlingen in de school te verbeteren door hen te koppelen aan andere leerlingen die al dan niet de moedertaal van hun buddy spraken.
  • Piet de Bisschop en David Vernaeve stelden het Buddy Netwerk Vluchtelingen van het Vluchtelingenplatform Regio Dender voor . Ze streven naar een solidaire samenleving door middel van sensibilisering, acties, en het verbinden van initiatieven in de regio Dender die mensen op de vlucht een plaats willen geven in onze samenleving.
  • Lieve Missotten lichtte het buddyproject van het Limburgs Platform voor Vluchtelingen toe. Het gaat om een methodiek ontwikkeld om vrijwilligersnetwerken rond vluchtelingen te organiseren en te ondersteunen in gemeenten waar geen of weinig netwerk is. Het project kan versterkend en aanvullend werken voor de lokale hulpverlening aan vluchtelingen.

6. Ostbelgien: een blik op de Duitstalige gemeenschap
Het kenniscentrum (Kompetenzzentrum) van het Zentrum für Förderpädagogik, biedt schooldirecteuren en leraren onderwijsadvies en know-how om hen in hun werk te ondersteunen en te versterken. Het doel is de leerlingen een holistische aanpak te bieden en hen te ondersteunen naar gelang van hun specifieke behoeften. Op het gebied van onderwijs voor nieuwkomers ondersteunt en begeleidt het kenniscentrum bij de integratie en taalondersteuning van kinderen en jongeren in de kleuter, lagere en middelbare school, bij de samenwerking tussen de taalverwervingsklas en de ontvangende reguliere klas, bij de voorbereiding van oudervergaderingen en bij het zoeken naar lesmateriaal.

Bekijk de presentatie van Elvire Wintgens, medewerker van het Kompetenzzentrum.

7. Panelgesprek over het omgaan met kinderen zonder papieren in het onderwijs

  • Michael Dierckx – voogd bij Rode Kruis Vlaanderen

Als voogd is het je taak om de jongeren voor te bereiden op de verschillende procedures, een advocaat te vinden, de pupil te informeren over de verschillende verblijfopties en de slaagkansen van deze procedures ook correct in te schatten en hier op een transparante manier over te communiceren met de pupil en zijn of haar ouders indien er een contact is. De notie van duurzame oplossing staat centraal in het werk van de voogd. Een situatie van onwettig verblijf is hier natuurlijk zeer moeilijk mee te rijmen. Als voogd probeer je uiteraard altijd om een dergelijke situatie te voorkomen of ervoor te zorgen dat je pupil alsnog aan een verblijfsrecht kan komen. Ook alternatieve scenario’s – vrijwillige terugkeer, de consequenties van een leven in de illegaliteit - moeten aangesproken kunnen worden: “wat als?”.  

  • Nathalie Vandenameele – pedagogisch begeleider bij Katholiek Onderwijs Vlaanderen

De koepel van Katholiek Onderwijs Vlaanderen ondersteunt scholen wanneer deze geconfronteerd worden met leerlingen die uitgewezen worden of het risico op gedwongen terugkeer lopen.

In het netwerk Laat ze Leren, een samenwerking van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Orbit vzw, het Kinderrechtencommissariaat en mensen uit het werkveld, wordt nagedacht over hoe alle betrokkenen in een dergelijke situatie het best ondersteund kunnen worden. Er worden in dit netwerk ook praktische tools ontwikkeld, zoals bijvoorbeeld het stappenplan “Wat kan een school of scholengemeenschap doen als leerlingen (en hun gezin) van bij aanvang gekend zijn als ‘zonder wettig verblijf’, een bevel krijgen om het grondgebied te verlaten, effectief uitgewezen worden of niet meer komen opdagen op school? 10 elementen voor een deskundige aanpak” en een leidraad Crisiscommunicatie “Hou het hoofd koel en het hart warm” met betrekking tot de communicatie met de pers en andere actoren in het geval van een gedwongen uitwijzing van een gezin met (schoolgaande) kinderen.

Op dinsdag 30 november 2021 organiseerde het netwerk Laat ze Leren een studiedag: Toekomstperspectief kinderen, jongeren, volwassenen zonder wettig verblijf

Meer informatie over het netwerk vind je hier of op volgende Facebookpagina.

  • Geert Matthys – Docent vreemdelingenrecht, Bachelor Sociaal Werk, Artevelde hogeschool

Veel scholen zijn zich er niet van bewust dat ze leerlingen in onwettig verblijf hebben. Vaak worden kinderen in eerste instantie vanuit een wettig verblijf in een school ingeschreven (hun ouders hebben bv. een verzoek om internationale beschermingen ingediend), maar verliezen ze dit verblijfsrecht later. Er is een gebrek aan kennis over en er bestaan heel wat misverstanden over de rechten van deze kinderen en jongeren. Dat zij een recht op onderwijs hebben is nog wel algemeen geweten, maar hoe vertaalt zich dat naar leerplicht? Hebben zij recht op een diploma? Kunnen zij mee op schoolreis naar het buitenland? Kunnen ze in het kader van hun studies een stage lopen? Kunnen ze deeltijds leren en werken? Hoe zit het met financiële ondersteuning in de vorm van school- en studietoelagen? Dit is slechts een kleine greep uit de vragen die rijzen wanneer scholen geconfronteerd worden met kinderen en jongeren zonder wettig verblijf. Daarnaast is er ook een bredere aandacht voor de belevingswereld van deze kinderen en jongeren nodig. Zij blijken de school erg te appreciëren als een veilige haven, maar de weg van en naar school gaat vaak met een gevoel van onveiligheid gepaard. De omzendbrief die bepaalt dat deze kinderen en jongeren niet tijdens de onderwijsuren opgepakt kunnen worden om een uitwijzing voor te bereiden, zegt helaas niets over het traject van en naar school. Een wijziging van deze omzendbrief dringt zich op. Uit getuigenissen van de betroffen kinderen en jongeren blijkt dat hun situatie in onwettig verblijf duidelijker wordt naarmate ze ouder worden en meer en meer de aansluiting met leeftijdsgenoten verliezen: ze kunnen niet mee op klassenreis naar het buitenland, ze kunnen geen vakantiejob nemen, een rijbewijs bekomen is eveneens onmogelijk, enz.

  • Charlotte Crahay – IOM

De Internationale Organisatie voor Migratie biedt steun bij vrijwillige terugkeer en dit voor, tijdens en na de terugkeer. Deze hulp bestaat onder meer uit administratieve en logistieke steun, maar ook uit het voorbereiden van de re-integratie in het herkomstland. Zo worden de kinderen in de mate van het mogelijke voorbereid op hun schoolloopbaan na terugkeer: de nodige documenten worden verzameld, vertaald en gelegaliseerd, er wordt contact opgenomen met lokale IOM-missies en indien nodig worden taallessen in de (al dan niet nieuwe) onderwijstaal gepland. Sommige scholen organiseren afscheidsmomenten voor kinderen die vrijwillig terugkeren, dit stelt zowel het vertrekkende kind als de klasgenootjes in staat om in schoonheid afscheid te nemen.

Dit filmpje van PICUM, het International Platform for the Cooperation on Undocumented Migrants, toont de impact van een plots vertrek of een onverwachte afwezigheid van een klasgenootje op de achterblijvende kinderen.  

  • Catherine Sztencel – directrice van Odyssée vzw

Odyssée vzw heeft tot taak jongeren die de school hebben verlaten, te steunen om hen in staat te stellen weer op het goede spoor te komen en actief aan hun toekomst te werken, ongeacht hun afkomst, sociale status, gezinssituatie, handicap, enz. Mevrouw Sztencel merkt op dat 85% van de jongeren met wie haar vereniging werkt, een migratieachtergrond heeft. Zij stelt vast dat niet alle kinderen met dezelfde kansen aan hun schoolloopbaan beginnen. Leerlingen die een groot aantal dagen onwettig afwezig zijn, combineren vaak meerdere problematieken: psychosociale problemen, financiële problemen, gezinsproblemen, enz. Volgens haar belet onze samenleving deze jongeren volwaardige burgers te zijn en te worden. Zij is van mening dat scholen deze kinderen en jongeren beter zouden kunnen integreren en hen zin en hoop voor hun toekomst zouden kunnen geven. Deze kinderen en jongeren weten heel goed dat onderwijs de belangrijkste toegangspoort is om deel te nemen aan de maatschappij, om iemand te worden, maar zij hebben het gevoel dat hun lot al vastligt, dat zij geen echte invloed hebben op hun toekomst. Door deze tieners weer te kunnen verankeren kunnen "verloren generaties" worden vermeden. Het engagement van Odyssée vzw bestaat erin elk van hen in staat te stellen een vorm van autonomie en een gevoel van eigenwaarde te verwerven en zijn leven in handen te nemen. De vzw heeft een boek geschreven getiteld "Accompagner des ados en rupture scolaire - la motivation globale". 

Conclusie: Welk vervolg wensen de deelnemers?

Deze studieochtend werd mogelijk gemaakt met de steun van de Franse Gemeenschapscommissie en de Nationale Loterij.